

ACHTER DE SCHERMEN MET
“TANTE CORRY”
Materiaalvrouw in een
mannenwereld
Elke BVO heeft ze.Werknemers die
op de achtergrond heel belangrijk
werk doen en daarmee absoluut
onmisbaar zijn. Zo ook bij Roda JC.
Al 20 jaar komt materiaalvrouw
Corry Kroon (56) over de vloer bij
Roda JC, waarvan 14 jaar als ma-
teriaalvrouw. “Ik werk weliswaar
in een mannenwereld, maar daar
merk ik niks van!”
“Roda JC zit al in mijn bloed sinds
ik als klein meisje op Kaalheide
kwam. Eerst werd ik looptrainster
van de jeugd en in 2001 kreeg ik
de krans om materiaalvrouw te
worden. Ik moest dan wel mijn
toenmalige baan bij de BSO op-
zeggen. Wim Vrösch wilde dat ik
per direct aan de slag ging, 40 uur
per week. Mijn man verklaarde me
voor gek, maar ik heb het toch ge-
daan.
Mijn werk bestaat voornamelijk
uit het verzorgen van de tenues
voor het eerste elftal, de belof-
ten en jeugdteams. Wassen, be-
drukken van tenues met logo’s
van sponsoren en ervoor zorgen
dat de spelers alles meenemen
wat ze nodig hebben. Elke speler
heeft andere voorkeuren, maar ik
vind geen enkele speler lastig. Ik
heb ze allemaal even graag. De
afwisseling in mijn werk zorgt er-
voor dat ik het met heel veel ple-
zier doe. De dag na een wedstrijd
is altijd heel druk. Dat zijn lange
dagen en dan ben ik blij als ik ’s
avonds thuiskom. Maar de volgen-
de dag ga ik weer met frisse moed
naar de club.
Hoogtepunten zijn natuurlijk de
promotie van afgelopen jaar en
het ontlopen van degradatie te-
gen Sparta. De wedstrijd
tegen NAC heb ik niet gezien; dat
kon ik niet aan. Ik ben gaan wan-
delen en kreeg ineens een hoop
berichten binnen. Ik zat inmiddels
in de auto en ging bijna letterlijk
door het dak! Toen
hebben we de auto
aan de kant gezet
zodat ik kon jui-
chen. Sparta-thuis
kan ik me ook nog
goed herinneren.
Voormalig
Ro-
da-coach Wiljan
Vloet liep als
technisch direc-
teur van Sparta
vlak voor tijd al
juichend door
de catacomben
bij een 1-1 tus-
senstand. Toen
heb ik me even
teruggetrok-
ken met een Gerardus-bidprentje
en gebeden voor een goede af-
loop. Op het moment dat het sta-
dion ontplofte, ben ik naar buiten
gerend en was het mijn tijd om
juichend langs Vloet te lopen...
Ik loop al jaren mee bij Roda, dus
ik heb met veel spelers contact
en maak graag een praatje met
ze. Mark Luijpers noemde me al-
tijd ‘tante Corry’ en er zijn spelers
die me hun tweede moeder noe-
men. Pa-Modou Kah vroeg me al-
tijd om een dansje te doen, maar
dat wilde ik niet. Hij bleef het
toch proberen. Bij poging num-
mer zoveel zei ik dat ik hem zo op
z’n rug zou leggen als ‘ie niet zou
stoppen. Uiteindelijk heb ik hem
met een judoworp gevloerd en in
de houdgreep genomen. Hij kon
geen kant meer op. Toen piepte Pa
wel anders en daarna heeft hij het
nooit meer geprobeerd. Na een
wedstrijd kom ik ook in de kleed-
kamer om de
materialen op te halen. Als er
nieuwe spelers zijn, dan houd
ik me wel afzijdig. Ze moeten
toch wennen aan een vrouw in
de kleedkamer. Maar al snel ben
ik gewoon één van hen. Een
oud-trainer zei ooit dat ik ge-
woon de kleedkamer in mocht
komen, want ‘het is toch maar
Corry’. Dat is het mooiste compli-
ment dat ik ooit heb gekregen!”
Clubliefde
7
Lars Delnoy