

Ik leerde Rob kennen rond de eeuwwisseling. We waren
allebei scholieren en hadden veel gedeelde passies,
waarvan Roda wel de belangrijkste en de grootste was.
Eigenlijk heb ik hem maar zelden Rob genoemd. Omdat
één van onze passies Bassie en Adriaan betrof en hij
aan één oor nagenoeg doof was, werd hij al vrij snel B2
genoemd.
Zijn passie voor Roda uitte zich in een enorme betrok-
kenheid die telkens tot een hoogtepunt kwam wanneer
het slecht ging met de club. Op dat soort momenten
stond mijn telefoon doorgaans roodgloeiend. De on-
derwerpen varieerden van algemene uitingen van zorg
(‘komt het nog goed ouwe?’), kritiek op spelers (‘Mit-
chell Donald speelt als een oud wijf’) of trainers. Als ik
dan wat tegengas bood door te stellen dat Ruud Brood
zo slecht nog niet was dan had ik standaard ‘aandelen
in Ruud Brood’.
Transferperiodes zijn altijd drukke periodes bij clubs,
maar ze waren dat ook voor Rob en mij. Na een gemid-
delde werkdag had ik doorgaans een volle inbox met
berichten hoe het mogelijk was dat Roda die en die
speler weer gemist kon hebben. Sliepen ze daar soms?
Ik was vaak jaloers op de tijd die Rob leek te hebben.
Een dag leek bij hem wel uit 48 uur te bestaan. Hij
sprak namelijk met iedereen honderduit. Hij respec-
teerde een afwijkende mening (‘ook jij mag een mening
hebben’) en was daardoor bij vrijwel iedereen geliefd.
Zo betrokken als hij was buiten wedstrijden (zoals
ook met zijn werkzaamheden voor dit blad), zo sociaal
actief was hij gedurende de 90 minuten in het stadion.
Vaak stond hij met zijn rug naar het veld gekeerd te
discussiëren of gewoon te ouwehoeren. Op enig mo-
ment leek de wedstrijd bijzaak. Het was leuk dat er op
de achtergrond van zijn gesprekken ook nog werd ge-
voetbald. Niet meer, niet minder. Maar schijn bedroog.
Hij kreeg alles mee en was daar vervolgens in de week
die voor ons lag actief mee bezig.
Roda JC-Heracles, de eerste wedstrijd van het seizoen,
was de laatste wedstrijd die we samen bezocht heb-
ben. Vitesse-uit vond hij niet zo interessant. Hij moest
prioriteiten stellen en we spraken af om samen naar
Twente te gaan. Zo ver is het niet meer gekomen. De
zondag na Vitesse keken we samen op zondagmiddag
naar Fox Sports. We filosofeerden over een leuk buiten-
lands tripje. SV Darmstadt leek ons wel wat. Hij hoestte
opvallend hard en veel en voelde zich duidelijk niet
lekker. Een warme maaltijd sloeg hij af, een zeldzaam-
heid. Het bleek een voorbode te zijn voor enkele zeer
onzekere weken, met uiteindelijk een fatale afloop.
Nu rest leegte. Op de tribune zal het stiller zijn. Ik kijk
op tegen de komende transferperiode en zal regelmatig
wensen dat ik nog eens gek gespamd werd met appjes
waarin Rob Roda’s TD ‘niet meer serieus kan nemen,
wanneer speler X naar Willem II gaat’. Het afscheid
tijdens de uitvaart in ‘zijn stadion’ was mooi, voor zover
een omschrijving als ‘mooi’ gepast is. Het prachtige
doek gecombineerd met fakkels was eenmalig. Zoiets
heb ik nog nooit eerder gezien. Iemand omschreef het
op social media fraai: het doek met Rob werd opge-
hesen. Heel het stadion zag hem nog één keer. Daarna
volgde het vuurwerk, de rook, en nadat de rook was
opgetrokken was Rob ook weg. Zo is het, tot ons grote
verdriet.
Rob, bedankt voor alles. Vaarwel, koempel!
Namens de redactie,
Bart Urlings
Op 23 september moesten we na een kort ziekbed helaas afscheid nemen van
eindredacteur Rob Siebers. Rob werd slechts 30 jaar oud.
Voor mij betekende dat afscheid nemen van een hele goede vriend. In de periode
van zijn ziekte en de dagen na zijn overlijden bleek voor mij dat Rob bij de
Roda-familie ongekend populair was, met als absoluut ‘hoogtepunt’ het
prachtige afscheid voor aanvang van Roda-Cambuur.
Vaarwel
koempel!
d’r Koempel
4